Wat gebeurt er als je je hand niet alleen op je lichaam legt, maar ook echt wilt verbinden met wat je voelt? In deze oefening verken je die intentie, stap voor stap, van je heup naar je knie.
Aanraken is meer dan een beweging van je handen. De manier waarop je aanwezig bent, bepaalt hoe je aanraking aankomt. In Oefening 21 uit Aandacht voor Aanraken nodigt Margrit Siemerink je uit om die aanwezigheid te onderzoeken bij je eigen heup, bovenbeen en knie.
Je hoeft niets te kunnen en niets te bereiken. Je luistert, je volgt de stem en je neemt de tijd om te voelen wat je handen onder hun palmen ontmoeten.
Wat is Oefening 21: de intentie van verbinden verkennen?
Dit is een zelfaanraking voor je been. Je legt een hand op je heup, laat de andere hand erbij komen en beweegt daarna, een handbreedte per keer, via je bovenbeen naar je knie. Bij elke stap voel je eerst, en omvat je daarna pas.
Door te strijken en tegelijk te voelen ontstaat er verbinding tussen je heup, bovenbeen en knie. Dat is de intentie van verbinden: je raakt niet iets aan, je raakt jezelf aan en blijft daarbij aanwezig.
Wat je kunt ontdekken:
- hoe je heup aanvoelt: de vorm, het bot en het weefsel eromheen;
- wat het verschil is tussen een hand die ergens op ligt en een hand die echt verbindt;
- hoe hard of zacht, koud of warm je bovenbeen en knie aanvoelen;
- hoe aandachtig voelen en omvatten samen een rustige beweging maken.
Luister en doe mee: Oefening 21 met Margrit Siemerink
Ga op een stoel zitten, zet de video aan en volg Margrit in je eigen tempo. Pauzeer gerust als je langer bij een plek wilt blijven.
Om op te letten tijdens het luisteren: neem de tijd om aan te komen bij elke plek. Wat je waarneemt hoeft niet bijzonder te zijn, het gaat om het voelen zelf.
Stap voor stap: zo doe je Oefening 21
Hieronder vind je de oefening in vier rustige stappen, zodat je er ook zonder video mee uit de voeten kunt.
1. Ga zitten en kom aan
Zit rechtop, een beetje voorop de stoel, zodat je handen je heupen kunnen bereiken. Leg je handen met de palmen omhoog op je bovenbenen en laat armen en handen los, zacht en zwaar worden. Voel je voeten op de vloer en je zitbeenderen op de stoel. Laat spanning met de uitademing wegglijden.
2. Je hand op je heup
Leg je linkerhand licht op je linkerheup, met je handpalm om de ronding van het heupbot en je vingers aan de achterkant of zijkant. Zoek waar je hand goed ligt en neem de tijd om aan te komen. Voel de vorm, het bot en het weefsel. Laat dan je rechterhand aan de voorkant erbij komen en zoek een fijne manier om je heup met twee handen te omvatten.
3. Van heup naar knie
Laat je handen met zacht, vol contact van je heup naar je bovenbeen glijden: links meer aan de buitenkant, rechts meer aan de binnenkant. Voel de vorm en het weefsel: hard of zacht, koud of warm. Ga dan met beide handen, voelend, een handbreedte per keer richting je knie. Steeds voelen, steeds omvatten. Draai je handen zo dat het prettig blijft.
4. Omvat je knie en wissel van kant
Omvat je knie zoals jij wilt: links aan de buitenkant en rechts aan de binnenkant, of de ene hand eronder en de andere erboven. Voel het bot en het weefsel, en merk dat je door strijken en voelen verbinding maakt tussen heup, bovenbeen en knie. Herhaal dit een paar keer. Doe daarna hetzelfde met je rechterhand op je rechterheup en laat je linkerhand erbij komen.
Praktische tips voor jouw oefening
- Zit voorop je stoel. Zo kun je je heup en bovenbeen gemakkelijk bereiken zonder te trekken of te draaien.
- Neem de tijd om aan te komen. Laat je hand eerst rusten voordat je gaat bewegen.
- Voel eerst, strijk daarna. Elke handbreedte krijgt aandacht voordat je verdergaat.
- Pas je handen aan. Draai ze zoals het voor jou prettig is, er is geen goede of foute manier.
- Adem rustig door. Laat bij elke uitademing wat meer los in je schouders en armen.
Wanneer pas je deze oefening toe?
- Als je even wilt landen in je lichaam na een drukke dag.
- Wanneer je bewuster wilt leren aanraken, bij jezelf of bij een ander.
- Als je langdurig zit en je benen weer wilt voelen.
- Als rustmoment tussendoor, op een stoel, zonder hulpmiddelen.
Verder met aandachtig aanraken
Deze oefening laat zien dat aanraking begint bij aandacht. Wil je weten waar dit vandaan komt? Lees dan wat intuïtieve massage inhoudt, of ontdek meer over het boek waar deze oefeningen uit komen.
Veelgestelde vragen over Oefening 21
Het is de bewuste keuze om je aanraking te laten voortkomen uit aandacht en contact. Je voelt eerst wat er is en omvat het daarna, zodat je hand niet alleen ergens op ligt maar echt verbindt.
In de oefening zit je op een stoel, een beetje voorop, zodat je handen je heupen kunnen bereiken. Zit je liever anders, kies dan een houding waarin je ontspannen bij je heup en bovenbeen kunt.
Dat is prima. Het gaat erom dat je aandacht bij je handen en je lichaam blijft. Vorm, bot, weefsel, warm of koud: alles wat je waarneemt is goed, ook als het weinig lijkt.
Zo vaak als je wilt. Je kunt hem steeds opnieuw doen, aan beide kanten, en ontdekken dat het elke keer anders voelt.
In de oefening doe je eerst je linkerbeen en daarna hetzelfde met je rechterbeen. Zo kun je ook het verschil tussen beide kanten ervaren.
