Een zachte zelfaanraking om spanning te laten gaan, met een licht gewicht en een trage hand.
Hoe licht kan een aanraking zijn en toch iets betekenen? In Oefening 19 ontdek je het op je eigen arm. Je strijkt van je schouder naar je hand, heel licht en heel traag, met de intentie om spanning mee te nemen en los te laten.
Margrit Siemerink noemt het een vederlichte afvoerende strijking. In massagetaal wordt zo’n lichte strijking ook wel effleurage genoemd. Je hebt een stoel, je eigen arm en een paar minuten nodig. De opname vind je hieronder, zodat je direct mee kunt doen.
Wat is Oefening 19: de vederlichte afvoerende strijking?
Je legt je rechterhand heel licht op je linkerschouder en strijkt met je vingertoppen en duim langs je arm naar je hand. De aanraking is licht en traag. Je handpalm raakt je arm nauwelijks aan, maar ligt wel om je arm heen.
Het bijzondere zit in de intentie. Je strijkt ‘met de bedoeling van afvoeren en spanning meenemen’. Bij je hand vertraag je en wordt de aanraking iets steviger, met een soort persbeweging. Naar je vingertoppen toe wordt het een licht trekken. Margrit begeleidt dat met een zin die je in jezelf kunt herhalen: ik neem het mee, ik neem het mee, ik neem het mee en ik laat het los.
Wat je kunt ontdekken:
- Hoe weinig er nodig is: een vederlichte aanraking is genoeg om iets te voelen.
- De kracht van een intentie: dezelfde beweging voelt anders als je haar met een bedoeling doet.
- Je actieve hand: je voelt wat je hand doet, en niet alleen wat je arm voelt.
- Een verschil tussen links en rechts: je vergelijkt de arm die je hebt gestreken met de arm die nog niet aan de beurt was.
Luister en doe mee: Oefening 19 met Margrit Siemerink
Zoek een rustige plek en ga zo lekker mogelijk rechtop zitten. Klik op afspelen en laat je begeleiden door de stem van Margrit. Je hoeft niets te onthouden, want ze zegt het stap voor stap.
Om op te letten tijdens het luisteren: merk hoe je armen aanvoelen voordat je begint, en voel na afloop of er verschil is tussen je linker- en rechterarm.
Stap voor stap: zo doe je Oefening 19
Je kunt de oefening ook zonder de opname doen. Dit zijn de vier stappen.
1. Rechtop zitten en je armen ontspannen
Ga zo lekker mogelijk rechtop zitten. Ontspan je armen en handen en laat ze los, zacht en zwaar worden. Neem waar hoe je armen aanvoelen. Valt je iets op?
2. Je hand op je schouder leggen
Leg je rechterhand heel licht bovenop je linkerschouder. Neem de tijd om aan te komen in de aanraking en adem een paar keer rustig in en uit.
3. Licht en traag strijken naar je hand
Strijk heel licht met je vingertoppen en duim van je schouder naar je hand. Je vingers liggen aan de buitenkant van je arm, je duim aan de binnenkant, rond en zacht in de vorm van je arm. Je handpalm raakt je arm nauwelijks, maar ligt wel om je arm heen. Bij je hand vertraag je en wordt de aanraking iets steviger. Naar je vingertoppen toe wordt het een licht trekken.
4. Herhalen en navoelen
Doe de hele strijking een aantal keren bij dezelfde arm. Voel het contact van je actieve hand met de arm die ontvangt. Ga daarna aandachtig na hoe je armen aanvoelen. Is er verschil tussen links en rechts?
Praktische tips voor jouw oefening
- Kom eerst aan. Neem de tijd om je armen te voelen en je hand neer te leggen. Pas daarna begin je met strijken.
- Blijf licht en traag. Vederlicht betekent echt licht. Bij je hand mag de aanraking iets steviger worden, maar niet harder dan prettig is.
- Laat je handpalm om je arm heen liggen. Zo blijft de aanraking omhullend. Meer over wat je handpalm doet lees je bij Oefening 16.
- Gebruik de zin van Margrit. ‘Ik neem het mee en ik laat het los’ kan helpen om je intentie vast te houden.
- Blijf bij één arm. Margrit vraagt je bewust niet de andere arm ook te doen. Zo voel je na afloop het verschil tussen links en rechts.
Wanneer pas je deze oefening toe?
- Als je even wilt vertragen en met je aandacht in je lijf wilt komen.
- Als masseur of therapeut, om te voelen hoe jouw handen lichte, trage aanraking geven.
- Na een lange dag met veel werk met je armen en handen, om bewust af te ronden.
- Als thuisoefening bij het boek Aandacht voor Aanraken.
Licht aanraken, traag afronden
Oefening 19 laat zien dat een aanraking niet stevig hoeft te zijn om te werken. Een lichte hand, een trage beweging en een duidelijke intentie zijn genoeg. Zo gaat het ook bij intuïtieve massage, waar afvoeren, bevestigen en verbinden de basis vormen.
Als het past in je tijd, kun je doorgaan met Oefening 20. Probeer ook Oefening 14: Verbinding hart, armen en handen of Oefening 13: Sneeuwhanden. Alle oefeningen vind je bij de audio oefeningen. Wil je dieper in de manier van aanraken van Margrit duiken, dan kun je verder lezen in haar boek.
Veelgestelde vragen over Oefening 19
Een afvoerende strijking is een lichte, trage strijkende aanraking, in deze oefening van je schouder naar je hand. Je doet haar met de intentie om spanning mee te nemen en los te laten. In massagetaal heet een lichte strijking effleurage.
Vederlicht, met lichte vingertoppen en duim. Je handpalm raakt je arm nauwelijks aan maar ligt wel om je arm heen. Alleen bij je hand vertraag je en wordt de aanraking iets steviger. Voel je dat iets niet prettig is, dan mag je altijd zachter doen.
Zo kun je na afloop voelen of er verschil is tussen de arm die je hebt gestreken en de arm die nog niet aan de beurt was. Margrit zegt daarom uitdrukkelijk dat je de andere arm niet ook hoeft te doen.
Dat kan, zeker in het begin. Er is niets wat je moet voelen. Neem rustig de tijd om je armen na te voelen en probeer het op een ander moment gerust nog eens.
Als het past in je tijd, kun je doorgaan met Oefening 20. Blijf daarbij bij dezelfde arm. Heb je geen tijd, dan kun je op een ander moment verdergaan.
