Een zelfaanraking waarbij je adem het tempo bepaalt.
Wat gebeurt er als je adem de maat aangeeft voor je handen? In Oefening 20 kneed en strijk je je eigen arm op de golven van je ademhaling. Op de uitademing bouw je langzaam druk op, op de inademing ontspan je en glijd je een stukje verder.
Margrit Siemerink laat je zo voelen dat een aanraking niet haastig hoeft te zijn om te werken. In massagetaal heet kneden ook wel petrissage. Je hebt een stoel, je eigen arm en een paar minuten nodig. De opname vind je hieronder, zodat je direct mee kunt doen.
Wat is Oefening 20: kneden en strijken op de golven van de adem?
Je legt je rechterhand op je linkerschouder en gaat met je hand langzaam naar beneden over je arm. Bij elke uitademing maak je met je vingers en duim een kneepbeweging die tegelijk met de uitademing opbouwt, terwijl je handpalm vol contact houdt. Op de inademing ontspan je je hand en schuif je iets verder.
Doordat je de druk rustig opbouwt, voel je precies wat op elke plek van je arm een prettige stevigheid is. Je arm geeft de maat aan, niet je wilskracht. Bij je pols zoek je je weg over je hand naar je vingertoppen, met steeds kleinere stapjes.
Wat je kunt ontdekken:
- Je adem als gids: aanraken op het ritme van in- en uitademen voelt vanzelf rustiger.
- Doseren: doordat je de druk langzaam opvoert, voel je per plek wat prettig is.
- Genieten van de aanraking: je hoeft niets te bereiken, alleen te voelen en te genieten.
- Naklinken: je voelt na afloop wat er veranderd is, en nog eens een half uur later.
Luister en doe mee: Oefening 20 met Margrit Siemerink
Zoek een rustige plek en ga zo lekker mogelijk rechtop zitten. Klik op afspelen en laat je begeleiden door de stem van Margrit. Je hoeft niets te onthouden, want ze zegt het stap voor stap.
Om op te letten tijdens het luisteren: merk hoe je adem en je hand elkaar volgen. Waar voel je op de uitademing het contact van je handpalm het best?
Stap voor stap: zo doe je Oefening 20
Je kunt de oefening ook zonder de opname doen. Dit zijn de vier stappen.
1. Rechtop zitten en uitademen
Ga zo lekker mogelijk rechtop zitten. Adem een paar keer rustig in en uit en laat op de uitademing de spanning gaan die je nog voelt. Elke uitademing is een kans om spanning af te voeren.
2. Je hand neerleggen
Leg je rechterhand licht en rustig op je linkerschouder. Neem tijd om aan te komen in de aanraking. Zak op een volgende inademing af naar je bovenarm. Je vingers liggen ontspannen aaneengesloten aan de buitenkant van je arm, je duim losjes langs de binnenkant.
3. Kneden op de uitademing
Maak op de uitademing met je duim en vingers een kneep die langzaam opbouwt, terwijl je handpalm vol contact houdt met je arm. Ontspan op de inademing en schuif iets naar beneden. Bouw bij de volgende uitademing weer een kneep op. Zo glijd je richting je pols.
4. Naar je vingertoppen en navoelen
Vanaf je pols zoek je je weg over je hand naar je vingertoppen, met steeds kleinere stapjes en meer stapjes per uitademing. De beweging wordt trager, steviger en meer een soort trekken. Herhaal dit een aantal keren van schouder naar vingers. Neem na afloop rustig de tijd om na te voelen.
Praktische tips voor jouw oefening
- Laat je adem het tempo bepalen. Haast je niet. Je kneep bouwt op met de uitademing en laat los met de inademing.
- Bouw de druk langzaam op. Zo voel je op elke plek wat een prettige stevigheid is, en kun je doseren. Voel je dat het te veel is, dan mag het zachter.
- Houd je handpalm in contact. Je handpalm blijft vol op je arm liggen terwijl je vingers en duim knijpen. Meer daarover lees je bij Oefening 16.
- Neem de zin van Margrit mee. ‘Ik neem het mee en ik laat het los’ kan helpen bij het trekken richting je vingertoppen.
- Voel later nog eens na. Margrit vraagt je ook een half uur later nog eens aandachtig te voelen hoe het in je arm aanvoelt.
Wanneer pas je deze oefening toe?
- Als je even wilt vertragen en je adem als gids wilt gebruiken.
- Als masseur of therapeut, om te voelen hoe je druk opbouwt in plaats van geeft.
- Na een lange dag met veel werk met je armen en handen.
- Als vervolg op Oefening 19. Margrit zegt daar dat je met dezelfde arm kunt doorgaan.
Aanraken op het ritme van je adem
Oefening 20 laat zien dat een aanraking zich aanpast aan wie je aanraakt, zodra je haar op het ritme van de adem laat gaan. Zo gaat het ook bij intuïtieve massage, waar de masseur voelend zoekt naar wat past.
Zoek je meer? Probeer dan ook Oefening 14: Verbinding hart, armen en handen of Oefening 13: Sneeuwhanden. Alle oefeningen vind je bij de audio oefeningen. Wil je dieper in de manier van aanraken van Margrit duiken, dan kun je verder lezen in haar boek.
Veelgestelde vragen over Oefening 20
Je laat je adem het tempo van je aanraking bepalen. Op de uitademing bouw je een kneep op, op de inademing ontspan je en schuif je verder. Zo maak je een strijkende en knedende beweging over je arm.
Zo stevig als prettig voelt. Doordat je de druk langzaam opbouwt, kun je op elke plek doseren wat goed is voor je arm. Voel je dat iets niet fijn is, dan mag je zachter doen.
Margrit begint met je rechterhand op je linkerschouder. Je kunt ook andersom doen als dat prettiger voelt.
Een aanraking werkt vaak nog door nadat je klaar bent. Door later nog eens bewust te voelen, merk je of er iets veranderd is in hoe je arm aanvoelt.
Dat kan, zeker in het begin. Er is niets wat je moet voelen. Blijf je adem volgen en geniet van de aanraking. Probeer het op een ander moment gerust nog eens.
